Mijn Warré kasten hebben het voor deze kasten typische puntdak. De reden waarom ik dit vermeld is, dat ik zie dat vaak met platte daken gewerkt wordt, vaak zonder enige isolatie.

Misverstanden over het dak van de Warré kast

"Klassieke" imkers zweren erbij dat de bovenkant van een bijenkast hermetisch moet afgesloten zijn. Dit naar analogie met dakisolatie in woningen waar aan de binnenzijde een dampdichte laag zit die zorgt dat de eigenlijke isolatie droog blijft. 

Men kan echter ook zeer goed isoleren met dampdoorlatende isolatie. Denk bijvoorbeeld aan een donsdeken: het is er lekker warm onder terwijl er toch vochtafvoer is.

De werking en de constructie

Warré vond het heel belangrijk dat de bovenkant van zijn "ruche populaire" goed geïsoleerd moest zijn. Op die manier was er minder wintervoedsel nodig.

Hij besteedt een paar bladzijden aan het uitleggen van de constructie van het dak.

Bovenop het bovenste hoogsel, op de toplatten leg je een stuk worteldoek met een gat in. Over dit gat leg je weer een kleiner stuk worteldoek. Worteldoek is dampdoorlatend. Via het gat kan je desnoods bijvoederen en oxaalzuurrook binnenblazen (zie het onderdeel over varroabehandeling).

afdekfolieisolatie
De isolatie zit in een bak met vochtdoorlatende bodem (jute). Het vocht stijgt daardoor op tot in de isolatie, waar het in de bovenste laag en in de onderplaat van het dak condenseert. Doordat er een constante luchtstroom is in het bovenste dakgedeelte, wordt het vocht afgevoerd.

dakwarre2kl

Warré noemde als isolatiemateriaal: houtkrullen, papier, turf .. . Het probleem is, dat veel van deze materialen snel gaan rotten en schimmelen.
In mijn Warré kasten gebruik ik ruwe schapenwol. Deze isoleert goed en is van nature vettig en vochtafstotend. Na 2 winters ziet de schapenwol er nogsteeds fris uit (zie foto hierboven).