Net zoals bij bijenkasten met raampjes moet de binnenruimte van warrékasten aangepast worden in functie van het groeiende en weer krimpende bijenvolk.

De jaarcyclus

De originele methode van Warré houdt in dat lege hoogsels voorzien van toplatjes toegevoegd worden onderaan de kast. De bijen zullen de honing bovenaan stockeren terwijl het broednest daalt, waar nieuwe raten gebouwd worden. Ergens in augustus wordt dan één of meer hoogsels bovenaan weggenomen en geoogst. Daar hoort alleen honing in te zitten en geen broed meer. Er moet ook nog genoeg honing overblijven in de rest van de kast zodat het volk kan overwinteren, want er wordt niet bijgevoederd.

Wanneer ik deze methode probeerde toe te passen leverde dit volgende problemen op:

  • Zwermen: ik neem aan dat de dracht in de omgeving van mijn bijenstand zodanig snel aangroeit, dat de nectar sneller binnenstroomt dan er bovenaan broedcellen leegkomen. Bijen slaan de honing niet graag op beneden het broednest zodat ze gaan zwermen;
  • Als gevolg van het zwermen is er minder honingproductie;
  • De bovenste romp wordt niet broedvrij zodat ik niet kan oogsten;
  • Zelfs wanneer ik kan oogsten, is dit uit oude raat. Op zich is dat geen probleem, maar ik heb graag ook raathoning en hiervoor is versgebouwde raat nodig;
  • Het is niet eenvoudig om zonder speciale lift rompen onderaan toe te voegen wanneer er enkele volle hoogsels boven staan.

Warré gaf zelf aan dat hij in bepaalde gevallen hoogsels bovenaan toevoegt. Dit is ook de werkwijze van Gilles Denis. 

Wanneer je lege hoogsels bovenop zet, is het belangrijk om daar één à twee toplatjes met min of meer uitgebouwde raten in te hangen. Anders worden deze rompen moeilijk ingenomen en beginnen de bijen soms van onder naar boven te bouwen, hetgeen resulteert in dikke, rommelige raat. Je moet dit ook op het juiste moment doen: indien te vroeg, gaan de bijen de nieuwe romp niet bezetten en lijken ze zelfs te vergeten dat die er is. Wanneer je te laat bent, krijg je zwermen.

Schematisch ziet mijn werkwijze er als volgt uit:

bedrijfsmethodekl

Afhankelijk van de sterkte van het volk, de lokale evolutie van de dracht en het weer is het mogelijk dat je meer hoogsels onder- of bovenaan moet plaatsen, Dit is slechts een algemeen, door mij gebruikt schema.

Verklaring:

Winter: aan het einde van de winter zit het volk in romp B, A bevat alleen oude raat

Vroege lente: neem romp A weg, vervang die door lege romp C (met toplatjes). Wanneer het volk sterk begint te groeien zet je er ook romp D op (toplatjes met wasreep en enkele uitgebouwde raten)

Lente: Romp D wordt ingenomen en uitgebouwd, terwijl ook onderaan ruimte is voor uitbreiding.

Honingdracht: op romp D wordt een koninginnerooster gelegd en daarop een lege romp HZ (toplatjes met wasreepjes en een paar uitgebouwde raten)

Wanneer de honingzolder vol is, kan deze geoogst worden. Ik experimenteer ook met hoogsels met halve hoogte als honingzolder. Het is mogelijk om 2X te oogsten.

Wanneer de honingzolder afgenomen is, is de kast klaar voor de winter. Wanneer romp C leeg is, kan deze ook weggenomen worden. De raten kunnen prima dienen om als basis te dienen voor de uitbreiding van de kast naar boven toe in het volgende jaar.