In 2021 kwamen de 2 Warré kasten erg langzaam op gang. De volkjes zaten in januari op één romp Het duurde tot einde maart eer ik hoogsels kon toevoegen. De honingrompen, gescheiden van de broedrompen met een koninginnerooster kon ik pas in de 2e helft van mei plaatsen. Eén van de kasten zwermde, ik kon de zwerm recupereren.

De honingoogst was bescheiden met 12 kg in totaal, waarvan een gedeelte als raathoning in onbebroede raten. Omdat ik geen suikervoeding gebruik heb ik enkele kg honing teruggevoederd. Dit verklaart mee de beperkte oogst.

Op 2 augustus 2019 heb ik ongeveer 35 kg honing geoogst uit twee van mijn Warré kasten. De derde kast is langzaam op gang gekomen, vermoedelijk door een moerwissel in het voorjaar. In die kast zit vrij veel honing, maar die mogen de bijen houden.

Mijn 3 Warré kasten (en ook al mijn simplex kasten) hebben de winter goed overleefd. De volken breiden zich al flink uit. De varroa-bestrijding met herhaalde oxaalzuursublimatie heeft eens te meer zijn dienst bewezen.

2 van mijn 3 Warré kasten hebben gezwermd dit voorjaar. De plotse warmte na een koud begin van het voorjaar had hier ongetwijfeld mee te maken. 
De honingoogst op 13 juli viel daardoor wat tegen: 19 kilogram waarvan ik nog een 3 kg teruggevoederd heb. Het vochtgehalte bedraagt 16,4%.